Citaat | Raad van State 20 december 2017
Alinea 38 Raad van State 20 december 2017
Een alinea uit Raad van State 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3474.
6.4. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 16 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY8526) heeft artikel 3 van het IVRK rechtstreekse werking in zoverre het ertoe strekt, dat bij alle maatregelen de belangen van het betrokken kind dienen te worden betrokken. Wat het gewicht dat aan het belang van een kind in een concreet geval moet worden toegekend betreft, bevat het eerste lid van artikel 3 van het IVRK gelet op de formulering ervan geen norm die zonder nadere uitwerking in nationale wet- en regelgeving door de rechter direct toepasbaar is. Wel dient de bestuursrechter in dit verband te toetsen, of het bestuursorgaan zich voldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van het kind en aldus bij de uitoefening van zijn bevoegdheden binnen de grenzen van het recht is gebleven. Deze toets heeft een terughoudend karakter. Aangezien uit de besluiten van 21 oktober 2015 en 26 maart 2016 niet blijkt dat de Belastingdienst/Toeslagen zich bezien in het licht van artikel 3 van het IVRK onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van de kinderen, is dit besluit niet in strijd met artikel 3 van het IVRK.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df4caf133956a32c8aa3ab3c87cabac63377e27801ba4b9dc1289348df587ede. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df4caf133956a32c8aa3ab3c87cabac63377e27801ba4b9dc1289348df587ede, en de alinea staat in dat document op bytes 19280 tot 20433.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df4caf133956a32c8aa3ab3c87cabac63377e27801ba4b9dc1289348df587ede | shasum -a 256