Citaat | Raad van State 20 december 2017

Alinea 32 Raad van State 20 december 2017

Een alinea uit Raad van State 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3496.

4. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank heeft miskend dat sprake was van concreet zicht op legalisatie dan wel dat handhavend optreden anderszins onevenredig was. Zij stellen dat het college in een brief van 1 december 2014 heeft toegezegd dat indien [appellant A] aan een aantal voorwaarden voldoet, het college medewerking zal verlenen aan de legalisatie van de overtredingen. Volgens hen is, onder meer met het door [appellant A] ingediende landschapsplan van Pouderoyen Compagnons van 19 december 2014 (hierna: het landschapsplan), voldaan aan die voorwaarden. Het college heeft volgens [appellant A] en [appellant B] ten onrechte in een e-mail van 8 maart 2016 aanvullende voorwaarden gesteld. Voorts heeft de rechtbank miskend dat de motivering van het college om niet mee te werken aan legalisatie vanwege het feit dat de verharding wordt gebruikt voor opslag van vrachtwagens en pallets, ondeugdelijk is. Verder is handhavend optreden volgens [appellant A] en [appellant B] onredelijk omdat het college nog in overleg is met hen over legalisatie van de overtreding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6aca74e220698f9d591776acafc3dadb77fc550b99366f53362c919a53c48caa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6aca74e220698f9d591776acafc3dadb77fc550b99366f53362c919a53c48caa, en de alinea staat in dat document op bytes 9953 tot 11064.