Citaat | Raad van State 20 december 2017
Alinea 43 Raad van State 20 december 2017
Een alinea uit Raad van State 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3496.
4.4. [appellant A] en [appellant B] stellen terecht dat de motivering in het besluit van 8 januari 2016, dat de grondophoging en verharding ook wordt gebruikt voor stalling en dat dit een ongewenste uitbreiding van de bestemming met zich brengt, niet deugdelijk is, omdat in het landschapsplan expliciet is aangegeven dat de verharding alleen voor verkeersbewegingen wordt gebruikt. Het betoog leidt echter niet tot het daarmee door hen beoogde doel. De inhoud van de brief van 1 december 2014 wettigt niet de daaraan door [appellant A] en [appellant B] verbonden conclusie dat indien aan alle puntsgewijze voorwaarden wordt voldaan, het college omgevingsvergunning zal verlenen voor de ophoging en verharding van de strook grond en zal afzien van handhavend optreden. In de brief is opgenomen dat het college niet negatief is over een eventuele uitwisseling van bedrijfsgronden, maar dat het uitgangspunt is dat de totale situatie verbetert en dat daarbij in ieder geval een aantal - puntsgewijs opgesomde - voorwaarden geldt. Het college heeft zich in het in bezwaar gehandhaafd besluit van 8 januari 2016 op het standpunt gesteld dat hetgeen dat aan bestemmingsvlak wordt ingeleverd ruimtelijk geen effect heeft, terwijl hetgeen [appellant A] ervoor in ruil wil een heel groot negatief ruimtelijk effect heeft. De ophoging en verharding is in strijd met het ruimtelijk beleid vanwege de ligging in landschappelijk waardevol agrarisch gebied tussen natuurgebied Sint Andries en de kern Heerewaarden en de begrenzing aan de Maas. Derhalve wordt volgens het college niet aan het in de brief gestelde uitgangspunt voldaan. Geen grond bestaat voor het oordeel dat het college dat standpunt niet mocht innemen. Dat een medewerker van het college eerst in een e-mail van 8 maart 2016 op schrift heeft gesteld dat het uitwisselen van vierkante meters moet zien op ruimtelijk-planologische winst en niet op het inruilen van (nu reeds) loze gronden tegen bruikbare grote oppervlakten, maakt het oordeel niet anders. Uit de brief van 1 december 2014 volgt immers reeds dat het uitgangspunt is dat de totale situatie verbetert. De rechtbank heeft terecht overwogen dat geen concreet zicht op legalisatie bestond en dat handhavend optreden ook anderszins niet onevenredig was. Dat [appellant A] en [appellant B] met het college nog in gesprek waren om, naar gesteld, de situatie te legaliseren, maakt dat niet anders. Het college heeft meerdere malen aan [appellant A] te kennen gegeven dat zolang niet aan de randvoorwaarden werd voldaan, het handhavingstraject zou worden voortgezet. De verwijzing van [appellant A] en [appellant B] naar de uitspraak van de Afdeling van 1 april 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH9268, leidt niet tot het oordeel dat het overleg tussen het college en [appellant A] en [appellant B] over mogelijke oplossingen voor de laad- en lossituatie zou moeten leiden tot het afzien van handhavend optreden, reeds omdat de situatie die zich in die zaak voordeed verschilt van de onderhavige. De uitspraak waarnaar [appellant A] en [appellant B] verwijzen heeft betrekking op een afwijzing van het college van een verzoek om handhavend optreden, mede omdat er onderhandelingen gaande waren tussen de verzoeker om handhaving en de overtreder. Dat verschilt met deze zaak waar het college juist wel handhavend heeft opgetreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6aca74e220698f9d591776acafc3dadb77fc550b99366f53362c919a53c48caa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6aca74e220698f9d591776acafc3dadb77fc550b99366f53362c919a53c48caa, en de alinea staat in dat document op bytes 13643 tot 16990.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6aca74e220698f9d591776acafc3dadb77fc550b99366f53362c919a53c48caa | shasum -a 256