Citaat | Raad van State 8 februari 2017

Alinea 149 Raad van State 8 februari 2017

Een alinea uit Raad van State 8 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:353.

16.6.1. Het college stelt dat, hoewel uit de onderzoeken van 2007 en 2014 blijkt dat strikt genomen de verbreding van dit gedeelte van de Molenweg niet noodzakelijk is, in de anterieure overeenkomst met de grondeigenaar de voorwaarde is opgenomen dat de westelijke opgang van de Molenweg naar de Molendijk dient te worden verbreed. Bij het besluit van 9 augustus 2016 is de verbreding nu ook ruimtelijk vastgelegd, door in artikel 2, lid 2.4.6, van de planregels een voorwaardelijke verplichting op te nemen. De verbreding kan volgens het college zonder onteigening van woningen plaatsvinden, aangezien het in deze planregel bedoelde vlak in eigendom is bij de gemeente Goeree-Overflakkee. Het college stelt dat de stabiliteit van de molen de belangen van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 4] en anderen niet raakt, zodat zij zich hierop gelet op artikel 8:69a van de Awb niet kunnen beroepen. De route van het bouwverkeer wordt pas bij de uitvoeringsfase van het plan bepaald door de gemeente en kan ook niet in het plan worden geregeld, aldus het college.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec5ffd88e1e31337cb751c19c21ad8203988120110e82bf1392023ab9e046d79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec5ffd88e1e31337cb751c19c21ad8203988120110e82bf1392023ab9e046d79, en de alinea staat in dat document op bytes 57366 tot 58457.