Citaat | Raad van State 8 februari 2017

Alinea 296 Raad van State 8 februari 2017

Een alinea uit Raad van State 8 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:353.

24. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat de financiële uitvoerbaarheid van het plan onzeker is. Hiertoe voeren zij aan dat het bodemonderzoek onvoldragen is. Als sprake blijkt te zijn van ernstige bodemverontreiniging, zal de ontwikkelaar de kosten niet kunnen verhalen op de vervuiler, aangezien deze onvindbaar zal zijn, omdat de vervuiling van lang geleden dateert. Zolang de bodem moet worden gereinigd zijn er geen inkomsten voor de ontwikkelaar en is onzeker of er geld is voor de bouw van de woningen. Voorts is een loutere verwijzing naar de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar volgens [appellant sub 1] en [appellant sub 2] onvoldoende, aangezien deze een ontbindende voorwaarde bevat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec5ffd88e1e31337cb751c19c21ad8203988120110e82bf1392023ab9e046d79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec5ffd88e1e31337cb751c19c21ad8203988120110e82bf1392023ab9e046d79, en de alinea staat in dat document op bytes 128321 tot 129051.