Citaat | Raad van State 8 februari 2017

Alinea 30 Raad van State 8 februari 2017

Een alinea uit Raad van State 8 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:353.

1.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld in haar uitspraak van 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:681) kan de omstandigheid dat beroep wordt ingesteld namens een persoon of personen van wie tijdens de beroepstermijn de identiteit niet kenbaar is, niet worden beschouwd als een vormverzuim dat op grond van artikel 6:6 van de Awb kan worden hersteld. In dat geval staat tijdens de beroepstermijn immers in het geheel nog niet vast wie beroep heeft willen instellen. De artikelen 6:5 en 6:6 van de Awb strekken er niet toe het mogelijk te maken beroep in te stellen namens nog onbekende personen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec5ffd88e1e31337cb751c19c21ad8203988120110e82bf1392023ab9e046d79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec5ffd88e1e31337cb751c19c21ad8203988120110e82bf1392023ab9e046d79, en de alinea staat in dat document op bytes 9176 tot 9799.