Citaat | Raad van State 22 december 2017

Alinea 151 Raad van State 22 december 2017

Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.

Ook deze vraag kan vrij kort worden beantwoord. In de rechtspraak van de Afdeling kunnen bij de toepassing van het relativiteitsvereiste drie stappen worden onderscheiden. (zie noot 36) Ten einde het vereiste niet tegengeworpen te krijgen moet a) de beweerdelijk geschonden norm strekken tot bescherming van het belang waarin belanghebbende feitelijk dreigt te worden geschaad (zuivere relativiteit), b) moet de ingeroepen rechtsnorm strekken tot bescherming van het belang waaraan belanghebbende zijn beroepsrecht ontleent (congruentie) en c) moet dat belang feitelijk kunnen worden geschaad als gevolg van de ingeroepen norm (en niet als gevolg van het bestreden besluit, causaliteit). Wordt aan een van deze toetsen niet voldaan, dan kan de schending van de rechtsnorm niet leiden tot vernietiging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 94598 tot 95412.