Citaat | Raad van State 22 december 2017

Alinea 152 Raad van State 22 december 2017

Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.

In de bestemmingsplanzaak leidt zowel de toets aan zuivere relativiteit als die aan congruentie tot de conclusie dat de mogelijke schending van de ingeroepen EU-rechtsnormen niet kan leiden tot vernietiging. De EU-normen strekken immers niet tot bescherming van het veiligheidsbelang (als onderdeel van een goede ruimtelijke ordening), waarin appellante feitelijk dreigt te worden geschaad, maar - zoals in punt 3.8 en 3.9 aangegeven - tot bescherming van de ook interne vrij-verkeersbelangen van vervoerders van gevaarlijke stoffen (geen zuivere relativiteit). Bovendien strekken deze normen om dezelfde reden niet tot bescherming van het veiligheidsbelang, waaraan appellante haar beroepsrecht ontleent (geen congruentie). Daarom staat het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb in de bestemmingsplanzaak in de weg aan de beoordeling van deze normen. (zie noot 37)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 95418 tot 96302.