Citaat | Raad van State 22 december 2017

Alinea 156 Raad van State 22 december 2017

Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.

Bovendien heb ik door de gekozen aanpak ook al een deel van vraag 1b beantwoord, namelijk of het feit dat in casu de toepassing van het EU-recht aan de orde is, het voorgaande anders maakt. Het antwoord is neen, omdat appellante geen rechten kan ontlenen aan het ingeroepen Unierecht (en de toepassing van het relativiteitsvereiste dus niet in strijd is met het beginsel van effectieve rechtsbescherming) en dat beroep ook naar nationaal recht zou afstuiten op het relativiteitsvereiste (toepassing van het beginsel van gelijkwaardigheid).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 99014 tot 99566.