Citaat | Raad van State 22 december 2017
Alinea 160 Raad van State 22 december 2017
Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.
Om de vraag te beantwoorden geef ik hierna een korte uiteenzetting van het leerstuk van de omvang van geding naar Nederlands bestuursrecht. Daarbij ga ik wat dieper in op de twee vormen van ‘ambtshalve toepassing’ van het recht, waartoe de bestuursrechter verplicht is, de ambtshalve aanvulling van rechtsgronden (art. 8:69, tweede lid, Awb) en de ambtshalve toetsing aan bepalingen van openbare orde. Deze bijzondere aandacht is op zijn plaats, omdat het - anders dan de vraag van de voorzitter enigszins suggereert - nog niet zo duidelijk is of de exceptieve vaststelling van de (on)verbindendheid van regelgeving moet worden begrepen onder het ambtshalve aanvullen van rechtsgronden, dan wel onder de ambtshalve toetsing aan bepalingen van openbare orde. Vervolgens bespreek ik de vraag of het leerstuk van de omvang van geding, inclusief beide vormen van ambtshalve rechterlijke toepassing van het recht, ook kan worden toegepast in zaken waarin de effectuering van het Unierecht aan de orde is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 100779 tot 101795.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788 | shasum -a 256