Citaat | Raad van State 22 december 2017
Alinea 164 Raad van State 22 december 2017
Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.
Binnen het aldus beperkte geding is de bestuursrechter verplicht om ambtshalve de rechtsgronden aan te vullen. Daartoe past hij, onafhankelijk van de door partijen aangevoerde rechtsgronden, het gehele objectieve recht, inclusief bijvoorbeeld het Unierecht, toe op het geding. Of, zoals het CBB het heeft gesteld in de verwijzingsuitspraak die heeft geleid tot de hieronder te bespreken uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Van der Weerd, (zie noot 43) geeft de rechter ‘juridisch vorm aan de bezwaren die door de verzoekers tegen de betwiste bestuurshandeling zijn ingebracht’. Tot de ‘ambtshalve aanvulling van rechtsgronden’ behoort ook de ambtshalve vaststelling welk recht op het geding van toepassing is en daarmee ook in veel gevallen de ambtshalve exceptieve beoordeling of het op de gronden toepasselijke recht (on)verbindend is. Ik kom op deze categorie hierna in punt 4.3 terug. Ten slotte kan worden opgemerkt dat de verplichting tot ambtshalve aanvulling van rechtsgronden wordt beperkt door het verbod van reformatio in peius: het beroep mag derhalve niet ertoe leiden dat appellant in een ongunstiger positie wordt gebracht dan waarin hij zou hebben verkeerd als hij geen beroep zou hebben ingesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 103608 tot 104853.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788 | shasum -a 256