Citaat | Raad van State 22 december 2017

Alinea 186 Raad van State 22 december 2017

Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.

Ter verduidelijking van het voorgaande een fictief voorbeeld. A stelt bij de Afdeling hoger beroep in tegen een uitspraak, waarin de rechtbank, op beroep van B, een besluit tot verlening van een vergunning aan A heeft vernietigd, terwijl de geschonden norm volgens A kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van belanghebbende B, maar ….. doet dat twee dagen te laat. In dat geval zal de Afdeling, ambtshalve toetsend aan artikel 6:7 Awb als bepaling van openbare orde (want betreft de ontvankelijkheid van rechtsmiddelen), het hoger beroep - met toepassing van artikel 8:54 Awb - met aan zekerheid grenzende waarschijnlijk kennelijk niet ontvankelijk verklaren. In die zin prevaleert de toepassing van deze bepaling van openbare orde boven de correctie van een mogelijke of zelfs onmiskenbare foute toepassing van het relativiteitsvereiste door de rechtbank. Om systematische redenen heeft datzelfde dan te gelden voor andere bepalingen van openbare orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 122289 tot 123273.