Citaat | Raad van State 22 december 2017

Alinea 189 Raad van State 22 december 2017

Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.

4.7 Voor zover de Afdeling de exceptieve vaststelling van onverbindendheden beschouwt als het aanvullen van rechtsgronden, ligt het voorgaande volgens mij principieel anders. De aanvulling van rechtsgronden vindt plaats binnen de omvang van geding. Zoals in punt 4.2 aangegeven, wordt die omvang - zo nodig met ambtshalve aanvulling van rechtsgronden - ook bepaald en beperkt door het relativiteitsvereiste, in die zin dat de rechtsregels die kennelijk niet strekken tot bescherming van de belangen van appellant (en waarvan de schending niet tot vernietiging kan leiden) buiten de omvang, casu quo grenzen van het geding vallen. Dit betekent logischerwijs dat mogelijke onverbindendheden wegens mogelijke strijd met dergelijke bepalingen niet ambtshalve door de rechter kunnen worden aangevuld en dat deze strijdigheden evenmin exceptief kunnen worden vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 124787 tot 125665.