Citaat | Raad van State 22 december 2017

Alinea 192 Raad van State 22 december 2017

Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.

4.8 Voor de onderhavige zaak betekent het voorgaande het volgende. Als de Afdeling de mogelijke onverbindendheid van de Revi aanmerkt als een kwestie van openbare orde, kan zij aan appellante het relativiteitsvereiste niet tegenwerpen en zal zij de onverbindendheid exceptief moeten toetsen. Naar mijn opvatting - en, naar ik vermoed, ook de opvatting van de Afdeling - is de onverbindendheid van de Revi in de zaak echter geen kwestie van openbare orde, omdat zij niet betrekking heeft op de bevoegdheidsgrondslag van de minister om de Revi vast te stellen als zodanig. Over die bevoegdheid bestaat immers geen enkele twijfel. Wat mogelijk wel problematisch is, is dat de minister bij de toepassing van de bevoegdheid, ter verkorting van de PR-contour rond gevaarlijke inrichtingen, is uitgegaan van een aanname die in strijd zou kunnen zijn met hoger Unierecht. Dat laatste raakt echter niet aan de bevoegdheid van de minister als zodanig. Bovendien gaat het daarbij om (mogelijke) strijd met een materiële bepaling van Unierecht en, zoals al aangegeven in punt 4.3, materiële bepalingen worden naar nationaal recht volgens mij niet aangemerkt als van openbare orde. Hetzelfde geldt dan - op grond van het gelijkwaardigheidsbeginsel - voor vergelijkbare materiële bepalingen van Unierecht (punt 4.6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 127087 tot 128405.