Citaat | Raad van State 22 december 2017

Alinea 194 Raad van State 22 december 2017

Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.

4.9 Gelet op het voorgaande luidt het antwoord op vraag 1b van de voorzitter als volgt. In beginsel prevaleert een rechterlijke plicht tot ambtshalve toetsing aan bepalingen van openbare orde boven de toepassing van het relativiteitsbeginsel. Daarom moet de bestuursrechter de (on)verbindendheid van regelgeving in het licht van die bepalingen exceptief toetsen, ook al strekken zij niet ter bescherming van appellant. Omdat de in de onderhavige zaak spelende (mogelijke) onverbindendheid van de Revi volgens mij echter geen kwestie van openbare orde is, kan deze kwestie niet ambtshalve worden getoetst. De (exceptieve) vaststelling van de onderhavige (on)verbindendheid valt volgens mij onder de rechterlijke plicht tot ambtshalve aanvulling van rechtsgronden van artikel 8:69, tweede lid, Awb. Omdat die plicht wel kan worden beperkt - en in de onderhavige zaak wordt beperkt (zie par. 3) - door het relativiteitsvereiste, staat dat vereiste in de weg aan de exceptieve toetsing van de mogelijke onverbindendheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 129037 tot 130066.