Citaat | Raad van State 22 december 2017

Alinea 202 Raad van State 22 december 2017

Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.

Hoewel het ook mogelijk was geweest dat de Hoge Raad het voortouw zou hebben genomen, is het toch niet vreemd dat de vraag naar de intensiteit van de toetsing van algemeen verbindende voorschriften wordt opgeworpen door de bestuursrechter, in casu de Afdeling. De reden hiervoor is dat de Hoge Raad in 2010 een jurisprudentielijn heeft ingezet die erop neerkomt dat de (exceptief toetsende) bestuursrechter de prioritaire weg is om bij zogenoemde ‘indirect werkende regelingen’ de mogelijke strijd met hoger recht vast te stellen. (zie noot 79) ‘Indirect werkende regelingen’ zijn algemeen verbindende voorschriften die afdwingbare rechten of verplichtingen scheppen door middel van een uitvoeringsbesluit. (zie noot 80) Omdat een belanghebbende tegen dat besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter, die de vraag naar de mogelijke strijd van het algemeen verbindend voorschrift met hoger recht exceptief kan toetsen, verklaart de Hoge Raad sindsdien rechtstreekse acties tegen algemeen verbindende voorschriften ingesteld door individuele burgers of hun belangenorganisaties niet-ontvankelijk. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de zaak Privacy First/Staat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 134823 tot 136003.