Citaat | Raad van State 22 december 2017
Alinea 208 Raad van State 22 december 2017
Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.
Deze rechtspraak van de Hoge Raad heeft tot gevolg dat de bestuursrechter bij indirect werkende regelingen, zoals in het onderhavige geval, de prioritaire weg is om met behulp van exceptieve toetsing te beoordelen of de regeling in strijd is met hoger recht. Dat de vraag naar de mogelijke intensivering van de toetsing wordt gesteld door de Afdeling, is gelet hierop logisch. Tegelijkertijd zijn er nog diverse situaties, waarin de civiele rechter een actie tegen algemeen verbindende voorschriften wel ontvankelijk acht en inhoudelijk beoordeelt, (zie noot 82) bijvoorbeeld tegen ‘rechtstreeks werkende regelingen’ (die zonder tussenschakeling van een appellabel besluit onmiddellijk gelden) en tegen algemeen verbindende voorschriften die een privaatrechtelijke relatie regelen. Omdat deze conclusie ook voor deze directe rechterlijke toetsing van deze algemeen verbindende voorschriften van belang kan zijn, ligt het - omwille van de rechtseenheid - voor de hand dat de uitspraak in de onderhavige zaak zal worden gedaan door een grote kamer, waarin ook een staatsraad met als hoofdfunctie raadsheer bij de Hoge Raad zitting heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 139365 tot 140517.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788 | shasum -a 256