Citaat | Raad van State 22 december 2017
Alinea 216 Raad van State 22 december 2017
Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.
De motivering van het Hof is kort en krachtig. Als de rechter verplicht is rechtstreeks werkend Unierecht toe te passen en daarmee strijdig nationaal recht buiten toepassing te laten, moet het bestuur dezelfde verplichting hebben, omdat het niet aannemen van die bestuurlijke verplichting ‘in tegenspraak’ zou zijn met die rechterlijke verplichting. Waarom dat het geval is, geeft het Hof niet aan. Vermoedelijk speelt bij dit oordeel een rol dat in de omgekeerde opvatting de niet-toepassing van het Unierecht door het bestuur rechtmatig zou zijn (want conform het nationale recht) en de vraag kan worden opgeworpen op grond waarvan die niet-toepassing dan zou moeten worden vernietigd. Bovendien zou de omgekeerde opvatting het bestuur, ook als dat overtuigd is van de strijdigheid van de wettelijke regeling met het Unierecht, ertoe dwingen om een met dat Unierecht strijdig besluit te nemen, dat in beroep bij de rechter zal sneuvelen. Dat is tenminste onpraktisch. Ten slotte voorkomt de Costanzo-verplichting dat burgers, zolang de lidstaat de wettelijke regeling niet heeft aangepast aan het Unierecht, steeds beroep moeten instellen op de rechter ten einde hun Unierecht te effectueren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 144159 tot 145370.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788 | shasum -a 256