Citaat | Raad van State 22 december 2017

Alinea 232 Raad van State 22 december 2017

Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.

Beziet men de Afdelingslijn in het licht van hetgeen in punt 5.4 is gesteld over de doctrine en de opvatting van de wetgever, dan lijkt mij deze lijn mij zeker verdedigbaar. De hoofdregel van de Afdeling is - conform de breed gedeelde opvatting in de doctrine en de opvatting van de wetgever - dat bestuursorganen op grond van artikel 94 Grondwet bevoegd en verplicht zijn te toetsen aan een ieder verbindende bepalingen van internationaal recht en op eigen gezag daarmee strijdige nationale wettelijke voorschriften buiten toepassing dienen te laten. Van deze regel kan vanwege ‘de aard van een geschil, de positie van de bij een geschil betrokken partijen en de daarbij betrokken belangen, alsmede de toepasselijke wettelijke regeling’ worden afgeweken. Aan deze op zich niet heel richtinggevende overweging is tot nu toe inhoud gegeven door twee uitzonderingen op de bestuurlijke toetsingsbevoegdheid te erkennen, namelijk als de gestelde schending niet voortvloeit uit het bestreden besluit, maar uit het handelen van derden en als daartegen bezwaren van constitutionele aard bestaan. Mede omdat in beide gevallen de gestelde schending kan worden voorgelegd aan de civiele rechter en (soms) de strafrechter, lijken beide uitzonderingen mij alleszins redelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 161094 tot 162374.