Citaat | Raad van State 22 december 2017

Alinea 384 Raad van State 22 december 2017

Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.

Uit deze uitspraken blijkt dat de uitsluiting van afdeling 3.7 Awb voor algemeen verbindende voorschriften (art. 3:1, eerste lid, onder b Awb) allerminst betekent dat de bestuursrechters de kenbaarheid en deugdelijkheid van de motivering van algemeen verbindende voorschriften niet serieus zouden beoordelen. Dat doen zij wel degelijk. Bij de rechterlijke toetsing in de laatste uitspraak (veilige landen) speelt in dit verband ongetwijfeld een rol dat het Unierecht heel precieze eisen stelde aan het in het kader van de aanwijzing als veilig land te verrichten onderzoek en daarbij te hanteren bronnen. Niettemin lijkt de overweging dat ‘feitelijke vragen’ - zoals in die zaak de veiligheidssituatie in Albanië - mede ter waarborging van een effectieve rechterlijke toetsing, ‘zonder terughoudendheid’ door de rechter moeten worden getoetst, ook buiten die context relevant.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 261493 tot 262391.