Citaat | Raad van State 22 december 2017

Alinea 457 Raad van State 22 december 2017

Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.

Volgens Hirsch Ballin is deze vooronderstelling onjuist, omdat de wettelijke toekenning van beleidsvrijheden door de parlementaire wetgever niet is ingegeven door de wens om het bestuur binnen de wettelijke kaders "ongebreideld de vrije hand" te laten, maar meestal berust op "praktisch noodzaak en de complexiteit van de beslissituatie". (zie noot 209) De politiek verwacht ook niet dat de rechter de bestuurlijke invulling marginaal toetst, hetgeen blijkt uit het feit dat in de politieke discussies over de toekenning en toepassing van beleidsvrijheden "regelmatig, ter geruststelling, erop gewezen wordt dat de rechter ‘toeziet’ op het gebruik ervan". (zie noot 210) Dat de bestuurlijke invulling van beleidsvrijheden wordt gecontroleerd door vertegenwoordigende organen is bovendien een fictie. Een dergelijke controle vindt meestal niet - en zeker niet structureel - plaats. (zie noot 211) Ten slotte leidt die marginale rechterlijke toetsing tot een rechtsvrije ruimte voor het bestuur die, vooral als grondrechten in het geding zijn, strijdig is met het recht op daadwerkelijke rechtsbescherming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 311699 tot 312820.