Citaat | Raad van State 22 december 2017

Alinea 468 Raad van State 22 december 2017

Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.

Anders dan Van Male in 2015 (punt 7.5) zijn De Poorter & Capkurt van mening dat de feitelijke democratische legitimatie geen "werkbaar criterium is om de mate van indringendheid van rechterlijke toetsing te bepalen", (zie noot 224) reeds omdat dan onduidelijk zou zijn waarin die toetsing bij heel gebrekkig gelegitimeerde voorschriften "überhaupt nog haar grens vindt". Een maatstaf voor die toetsing kan wel worden gevonden "in de combinatie van de aard van de rechterlijke functie en de deskundigheid van de rechter in verhouding tot de wetgever". Wat betreft de aard van de rechterlijke functie wijzen zij erop dat de rechter algemeen verbindende voorschriften toetst en niet vaststelt, hetgeen al een zekere distantie impliceert. Daar komt bij dat de rechter over het algemeen over minder wetenschappelijke en technische deskundigheid beschikt dan de regelgever en in een minder gunstige positie verkeert om de beschikking te krijgen over de deskundigheid die nodig is om de werking van de regels vast te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 319535 tot 320571.