Citaat | Raad van State 22 december 2017
Alinea 479 Raad van State 22 december 2017
Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.
Als de EU-wetgever op een terrein geen specifieke sancties heeft voorgeschreven, is het aan de lidstaten om te bepalen hoe zij schendingen van de desbetreffende EU-regeling sanctioneren. De door hen toegepaste sancties moeten wel (onder meer) voldoen aan het evenredigheidsbeginsel. De evenredigheidstoetsing van deze nationale sanctieregelingen door het Hof lijkt indringender dan die van de door de EU-wetgever voorgeschreven sancties. (zie noot 237) Zo achtte het Hof in de zaak Úrban een nationaal regeling op grond waarvan alle (ook minder ernstige) overtredingen van de desbetreffende EU-regels werden gesanctioneerd met dezelfde wettelijk gefixeerde hoge boete in strijd met het evenredigheidsbeginsel, omdat de regeling niet differentieerde tussen ernstige en minder ernstige overtredingen en de hoogte van de boete voor minder ernstige overtredingen buitensporig was. (zie noot 238) Hetzelfde oordeel trof in de zaak EL-EM-2001 een nationale regeling die in geval van een overtreding van de EU-transportregels voorzag in de imperatieve stillegging van de vrachtwagen in kwestie om de betaling van de wegens die overtreding opgelegde boete te garanderen. (zie noot 239) Volgens het Hof is deze conservatoire maatregel weliswaar geschikt en doeltreffend voor verwezenlijking van de EU-vervoersregels, maar: (zie noot 240)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 327884 tot 329226.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788 | shasum -a 256