Citaat | Raad van State 22 december 2017

Alinea 501 Raad van State 22 december 2017

Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.

7.13 Het voorgaande heeft qua argumentatie vooral betrekking op de regelgeving die is vastgesteld door bestuursorganen die geen directe democratische legitimatie hebben. Over de vraag of het ook opgaat voor regelgeving die is vastgesteld door direct gekozen organen, zoals de gemeenteraad en provinciale staten, is de literatuur minder duidelijk. Volgens Van Male kan de feitelijke democratische legitimatie van belang zijn voor een meer of minder intensieve rechterlijke toetsing, maar hij maakt daarbij geen principieel onderscheid tussen voorschriften van ‘echte’ bestuursorganen en die van direct gekozen organen. Deze benadering waarbij de mate van democratische legitimatie een rol speelt bij de rechterlijke toetsing, sluit aan bij de opvatting van de regering dat de procedure van totstandkoming - in concreto het al dan niet volgen van een voorhangprocedure - kan worden meegewogen bij de rechterlijke toetsing van het voorschrift (punt 7.2). De Poorter & Capkurt wijzen de democratische legitimatie als maatstaf voor de indringendheid van rechterlijke toetsing van de hand en zoeken argumenten voor een zekere rechterlijke terughoudendheid in de aard van de rechterlijke functie (de rechter toetst en stelt niet vast) en in beperkte (technische) deskundigheid van de rechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 345851 tot 347157.