Citaat | Raad van State 22 december 2017
Alinea 502 Raad van State 22 december 2017
Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.
In de literatuur is er overeenstemming dat de meer indringende toetsing van algemeen verbindende voorschriften geen betrekking kan hebben op innerlijke waarde, billijkheid of opportuniteit van het voorschrift (art. 11 Wet AB), maar dat het moet gaan om een toetsing aan het recht. Over de vraag welke algemene rechtsbeginselen zich vooral lenen voor toetsing van algemeen verbindende voorschriften, bestaat enig verschil van opvatting. Aan de ene kant staat Polak, die een voorkeur heeft voor toetsing aan formele rechtsbeginselen, als zorgvuldigheid en motivering, omdat aldus wordt voorkomen dat de rechter in gevarenzone van artikel 11 Wet AB komt. Aan de andere kant staan Hirsch Ballin en De Poorter & Capkurt, die toetsing van algemeen verbindende voorschriften aan het evenredigheidsbeginsel voorstaan, ook al zal bij die toetsing volgens laatstgenoemden ook de zorgvuldigheid en motivering van het voorschrift worden betrokken. De andere auteurs (Van Male, Schuurmans) kiezen niet heel duidelijk en achten toetsing aan zowel meer materiële als formele beginselen mogelijk. Wat betreft de toetsing aan het motiveringsbeginsel stellen Van Wijk/Konijnenbelt & Van Male dat aan de door direct gekozen organen vastgestelde algemeen verbindende voorschriften niet de eis van een kenbare en deugdelijke motivering kan worden gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 347206 tot 348562.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788 | shasum -a 256