Citaat | Raad van State 22 december 2017
Alinea 529 Raad van State 22 december 2017
Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.
Bij deze keuze om de intensivering van de (exceptieve) rechterlijke toetsing vooral te zoeken in een meer zelfstandige rol voor formele beginselen heb ik mij laten inspireren door de rechtspraak van het Hof van Justitie (punt 7.9), waarin een terughoudende inhoudelijke toetsing van EU-wetgeving wordt gecompenseerd (‘is counterbalanced’) door een strikte procedurele rechterlijke toetsing. Aldus kan de rechter het besluitvormingsproces dat tot de vaststelling van een algemeen verbindend voorschrift leidt serieus beoordelen zonder dat hij te zeer inbreekt in ‘the realm of politics’. Een vergelijkbaar standpunt werd door Polak overigens al ingenomen in 1988 (punt 7.4). Volgens hem zou de grond voor onverbindendheid wegens strijd met algemene rechtsbeginselen vooral moeten worden gezocht in (formele) beginselen als zorgvuldigheid, rechtszekerheid en motivering, en minder in het inhoudelijke ‘redelijkheidsbeginsel’ (of het willekeurverbod), omdat bij de toetsing aan het laatste beginsel de rechter in de buurt komt van de innerlijke waarde van een voorschrift en hem het verwijt kan worden gemaakt dat hij op de stoel van de regelgever gaat zitten. Een vergelijkbare zorg ligt vermoedelijk aan de basis van de algemene lijn van bestuursrechters om appellabele besluiten vooral te vernietigen wegens schending van formele beginselen. Daaraan kan nog worden toegevoegd dat ook het Europese Hof voor de Rechten van de Mens al enige tijd kiest voor een meer procedurele toetsing van mogelijke EVRM-schendingen, die niet zozeer de inhoudelijke redelijkheid van een nationaal besluit of wettelijke regeling betreft, maar juist de kwaliteit van de eraan voorafgaande besluitvormingsprocedure. (zie noot 267) Ook deze keuze hangt samen met de wens om inhoudelijk enigszins uit het politieke vaarwater te blijven. Deze breed gedeelde rechterlijke voorkeur voor formele of procedurele toetsing is aldus de uitweg uit de spanning die bestaat omdat de rechter enerzijds de effectieve rechtsbescherming van burgers moet garanderen, maar anderzijds niet te zeer kan treden in politiek-inhoudelijke keuzes, omdat hij dan het evenwicht binnen de Trias zou kunnen doorbreken (vgl. punt 8.2). Gelet op de legitimatie van rechtspraak, die - zoals Schreuder-Vlasblom terecht stelt (punt 7.8) - er zeker is maar niet democratisch is, is die voorkeur eigenlijk heel begrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 369660 tot 372051.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788 | shasum -a 256