Citaat | Raad van State 22 december 2017

Alinea 534 Raad van State 22 december 2017

Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.

8.7 Artikel 3:4 Awb codificeert in de eerste plaats het beginsel dat een bestuursorgaan de rechtstreeks bij een besluit betrokken belangen moet afwegen (lid 1). Heeft het orgaan bij de vaststelling van een algemeen verbindend voorschrift het belang van een bepaalde groep dat ongetwijfeld rechtstreeks bij dat voorschrift betrokken is, geheel over het hoofd gezien en wordt deze fout hangende de beroepszaak niet afdoende hersteld, dan is dat voorschrift onrechtmatig en moet het in mijn visie door de rechter wegens strijd met artikel 3:4, eerste lid, Awb, in zoverre onverbindend worden geacht of buiten toepassing worden gelaten, zonder dat er nog een test op willekeur hoeft plaats te vinden. Gelet op de in punt 6.8 vermelde rechtspraak, is dat soms al de praktijk van de Afdeling. (zie noot 269) De CRvB acht die test nog wel noodzakelijk, (zie noot 270) ook al betwijfel ik of de willekeurtest werkelijk functioneert als een extra horde. Hoe dan ook, wat mij betreft kan de kwalificatie als willekeur in de toekomst achterwege blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 375597 tot 376652.