Citaat | Raad van State 22 december 2017
Alinea 564 Raad van State 22 december 2017
Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.
Met het voorgaande heb ik - en dat is het tweede ‘losse eindje’ - wellicht ook antwoord gegeven op de subvraag van de voorzitter of het voor de intensiteit van de exceptieve toetsing van een algemeen verbindend voorschrift een relevante factor is dat ‘uit de totstandkomingsgeschiedenis van de aan de orde zijnde wettelijke regeling blijkt dat het gestelde gebrek is onderkend’ (punt 2.2). ‘Wellicht’, omdat ik niet weet wat de voorzitter met deze factor precies bedoelt. Als zij verwijst naar de verdisconteringslijn, heb ik deze vraag, zoals gesteld, hiervoor beantwoord. Als de voorzitter iets anders bedoelt, heb ik deze vraag vermoedelijk ook beantwoord, maar dan in punt 8.11. Kort en goed blijkt daaruit dat, als de motivering van een algemeen verbindend voorschrift in strijd is met het (Unie)recht en zij dragend is voor dat voorschrift, het voorschrift in strijd is met het motiveringsbeginsel, waarbij het niets uitmaakt of het vaststellend orgaan die strijd heeft onderkend of niet. Is de motivering niet in strijd met het recht, dan wel geen dragend motief, dan is er geen probleem.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 401949 tot 403069.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788 | shasum -a 256