Citaat | Raad van State 22 december 2017
Alinea 565 Raad van State 22 december 2017
Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.
Ten derde is er nog de subvraag van de voorzitter of ‘de aard van het gestelde belang, zoals in dit geval het belang van externe veiligheid’ een relevante factor is voor de intensiteit van de exceptieve rechterlijke toetsing (punt 2.2). Ook die vraag heb ik al geadresseerd en wel in punt 8.4. In dat punt heb ik gesteld dat voor de intensiteit de ‘inhoud van de bevoegdheid’ tot het stellen van algemeen verbindende voorschriften, casu quo ‘de aard van de daardoor aangetaste belangen’ een relevante factor is in die zin dat die toetsing intensiever is naarmate een maatregel meer ingrijpt in het leven van de burger en daarbij diens fundamentele rechten aan de orde zijn. Bij externe veiligheid zijn diverse fundamentele rechten aan de orde, zoals het recht op leven (art, 2 EVRM), privacy (art. 8 EVRM) en het recht op eigendom (art. 1 EP). (zie noot 288) Dit betekent dat de toetsing aan evenredigheid (art. 3:4, tweede lid, Awb), maar vooral die aan zorgvuldigheid (art. 3:2 Awb) en motivering, inderdaad intensiever is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 403118 tot 404168.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788 | shasum -a 256