Citaat | Raad van State 22 december 2017
Alinea 578 Raad van State 22 december 2017
Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.
De rechterlijke plicht tot ambtshalve toetsing aan bepalingen van openbare orde prevaleert boven de toepassing van het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb. Daarom moet de bestuursrechter de verbindendheid van algemeen verbindende voorschriften in het licht van die bepalingen exceptief toetsen, ook al strekken zij niet tot bescherming van de belangen van appellant. De rechterlijke plicht tot ambtshalve aanvulling van rechtsgronden (art. 8:69, tweede lid, Awb) wordt beperkt door het relativiteitsvereiste, zodat de bestuursrechter rechtsgronden, die niet strekken tot bescherming van de belangen van appellant, niet ambtshalve kan aanvullen. Voor zover de exceptieve toetsing van de verbindendheid van algemeen verbindende voorschriften valt onder de ambtshalve aanvulling van rechtsgronden, staat het relativiteitsvereiste dus wel in de weg aan de exceptieve toetsing van die voorschriften.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 410778 tot 411693.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788 | shasum -a 256