Citaat | Raad van State 22 december 2017

Alinea 603 Raad van State 22 december 2017

Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.

(22) Uit het voorgaande volgt dat het conceptueel mijn voorkeur heeft om deze vragen om te draaien in die zin dat eerst wordt bepaald of de ingeroepen EU-rechtelijke grond überhaupt afstuit op het Nederlandse relativiteitsvereiste (gelijkwaardigheid) om pas als dat het geval is te beoordelen of het vereiste wel kan worden toegepast omdat de belanghebbende in kwestie rechten ontleent aan het Unierecht (effectieve rechtsbescherming).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 417205 tot 417654.