Citaat | Raad van State 22 december 2017
Alinea 81 Raad van State 22 december 2017
Een alinea uit Raad van State 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557.
2.5 De vragen van de voorzitter betreffen twee te onderscheiden onderwerpen, namelijk het vraagstuk van de relativiteit van de door appellante ingeroepen rechtsregels of beginselen (vraag 1) en de intensiteit van de exceptieve toetsing door de bestuursrechter van algemeen verbindende voorschriften aan (ongeschreven) rechtsbeginselen (vraag 2 en 3). De eerste vraag is deels zaaksspecifiek (1a), maar stelt voor het geval dat de ingeroepen rechtsregels of rechtsbeginselen kennelijk niet zijn geschreven ter bescherming van de belangen van appellante, ook fundamentelere kwesties aan de orde, namelijk of er omstandigheden zijn, bijvoorbeeld gelegen in de ambtshalve toetsing van bepalingen van openbare orde of in de toepassing van EU-recht, die de bestuursrechter er toch toe nopen de (on)verbindendheid van regelgeving bij wege van exceptieve toetsing te beoordelen? (1b). Beide deelvragen worden achtereenvolgens besproken in de paragrafen 3 en 4, waarbij ik wel doelgericht te werk ga. Algemene beschouwingen over het relativiteitsvereiste of de verplichting tot ambtshalve toetsing blijven dus achterwege.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788, en de alinea staat in dat document op bytes 43081 tot 44206.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7daba5ec86eba0456b39ab0294da699d3e6d259e2c2cd845730e0c735d52788 | shasum -a 256