Citaat | Raad van State 31 januari 2017

Alinea 22 Raad van State 31 januari 2017

Een alinea uit Raad van State 31 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3628.

3. Voorts betogen [appellant A] en [appellant B] dat de rechtbank hen ten onrechte heeft veroordeeld in de door het college gemaakte proceskosten. Hiertoe voeren zij aan dat zij geen onredelijk gebruik van procesrecht hebben gemaakt en dat de in beroep voor het college verrichte proceshandelingen door ambtenaren, niet door een beroepsmatig rechtsbijstand verlenende derde, zijn verricht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/562df17a2ecdb34cff6b2db5fe2fbc992d70445849c13ae4ad54ca1b16e28c58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 562df17a2ecdb34cff6b2db5fe2fbc992d70445849c13ae4ad54ca1b16e28c58, en de alinea staat in dat document op bytes 10152 tot 10566.