Citaat | Raad van State 22 februari 2017

Alinea 36 Raad van State 22 februari 2017

Een alinea uit Raad van State 22 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:461.

7. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet voldoende heeft gemotiveerd waarom de korpschef zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het onthouden van kennisneming noodzakelijk is in het belang van de goede uitvoering van de politietaak en voor de bescherming van de rechten en vrijheden van derden. Hij voert daartoe aan dat de rechtbank ten aanzien van de 14 geweigerde stukken niet per stuk heeft gemotiveerd waarom zij het standpunt van de korpschef volgt. [appellant] betoogt daarnaast dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de korpschef zich ten onrechte op voornoemd standpunt heeft gesteld. Hij voert daartoe aan dat het strafrechtelijk onderzoek naar hem reeds was beëindigd en dat er derhalve geen opsporingsbelang meer bestond. De korpschef had kennisneming dan ook niet op grond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wpg mogen weigeren, aldus [appellant].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bae7f1f1f22ed43bb1465b57479c631d08c4d8b75b73d39db6f3982f468f1990. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bae7f1f1f22ed43bb1465b57479c631d08c4d8b75b73d39db6f3982f468f1990, en de alinea staat in dat document op bytes 10656 tot 11564.