Citaat | Raad van State 1 maart 2017
Alinea 38 Raad van State 1 maart 2017
Een alinea uit Raad van State 1 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:538.
4.3. De minister heeft ter zitting van de Afdeling toegelicht dat hij in dit geval is uitgegaan van de voor rechtspersonen geldende ondergrens van € 100,00 per maand, omdat hij de boete aanvankelijk heeft opgelegd aan een met een rechtspersoon gelijk te stellen entiteit, [uitzendbureau] Daarbij geldt dat [wederpartij A] en [wederpartij B] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het te betalen termijnbedrag. Dit kan er in de praktijk toe leiden dat één van hen maandelijks € 100,00 moet betalen ter aflossing van de boete. In die situatie betaalt een natuurlijke persoon het minimale maandelijkse termijnbedrag zoals de minister het voor rechtspersonen heeft vastgesteld. Gelet op het door de minister niet betwiste gebrek aan vermogen en bestedingsruimte, kan dit ertoe leiden dat degene die het termijnbedrag voldoet, onder het bestaansminimum komt. Dat is niet aanvaardbaar. Gelet hierop heeft de minister niet deugdelijk gemotiveerd waarom hij in dit geval vasthoudt aan het voor rechtspersonen geldende, minimale maandelijkse termijnbedrag van € 100,00.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/513aa7aee95a151a6059eb4984cb3d560a5a0d07deb301791bcaae8b4ddc475a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 513aa7aee95a151a6059eb4984cb3d560a5a0d07deb301791bcaae8b4ddc475a, en de alinea staat in dat document op bytes 15577 tot 16654.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/513aa7aee95a151a6059eb4984cb3d560a5a0d07deb301791bcaae8b4ddc475a | shasum -a 256