Citaat | Raad van State 8 maart 2017

Alinea 48 Raad van State 8 maart 2017

Een alinea uit Raad van State 8 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:604.

De raad heeft zich evenzeer op het standpunt kunnen stellen dat op 31 maart 2015 de zaak zich nog niet aftekende als feitelijk complex. De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat er nog onvoldoende proceshandelingen waren verricht die nopen tot het aannemelijk achten van een omvangrijk juridisch relevant feitencomplex. De dagvaarding was op dat moment nog niet gereed en het overzicht van gedeclareerde werkzaamheden, bezien in samenhang met de begroting, geeft geen blijk van een bijzonder of langdurig procesverloop. Daar komt bij dat een gedeelte van de door [appellante A] en [appellant B] gememoreerde werkzaamheden - in verband met de afgifte van medische dossiers - niet heeft plaatsgevonden binnen het bereik van de onderhavige toevoeging. Dat, naar gesteld, vanwege de hoge leeftijd van [appellante A] meer gesprekken moeten worden gevoerd, betreft een tot de persoon te herleiden factor en vormt, gelet op het beleid, op zichzelf geen grond voor het oordeel dat de zaak feitelijk complex is. Aan de tijd die is besteed aan correspondentie over een minnelijke regeling en aan communicatie met diverse media heeft de raad in dit verband geen gewicht hoeven toekennen. Dit noopt dus evenmin tot het aannemelijk achten van feitelijke complexiteit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e439772739b41d49f79a1ad715efe0420d3fb05f1a9d4479182b2fefc8e6a061. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e439772739b41d49f79a1ad715efe0420d3fb05f1a9d4479182b2fefc8e6a061, en de alinea staat in dat document op bytes 16991 tot 18260.