Citaat | Raad van State 22 maart 2017

Onder 5.2. Raad van State 22 maart 2017

Een alinea uit Raad van State 22 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:756.

7. [ appellant] betoogt dat het CBR zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat er concrete aanwijzingen bestaan die het vermoeden dat hij niet langer beschikt over de geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van een motorrijtuig waarvoor zijn rijbewijs is afgegeven rechtvaardigen. Hij voert daartoe aan dat aan zijn verklaringen, zoals die zijn opgenomen in de processen-verbaal, niet teveel waarde mag worden gehecht. Zijn verklaring dat hij verslaafd is, heeft hij uit boosheid afgelegd en is sarcastisch bedoeld. Daarnaast is het proces-verbaal niet ondertekend, zodat ook daarom aan zijn daarin opgetekende verklaring geen waarde kan worden gehecht. Verder voert [appellant] aan dat er geen verband bestaat tussen zijn vermeende bezit en gebruik van drugs en zijn gedrag op de weg. Niet is waargenomen dat hij een gevaar op de weg was of dat hij onder invloed van verdovende middelen aan het verkeer deelnam. Het CBR had dan ook niet zonder advies van een arts-deskundige mogen oordelen dat sprake is van ernstig gestoord inzicht of gedrag waardoor hij ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen, aldus [appellant].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/116d8d78e33e924ad40fe23ea67373b9f6f6dadfe835c1f972834f9daec55970. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 116d8d78e33e924ad40fe23ea67373b9f6f6dadfe835c1f972834f9daec55970, en de alinea staat in dat document op bytes 12807 tot 13968.