Citaat | Raad van State 22 maart 2017

Onder 7.1. [ Raad van State 22 maart 2017

Een alinea uit Raad van State 22 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:756.

appellant] betoogt tevergeefs dat het CBR niet van de juistheid van het proces-verbaal van bevindingen van 28 maart 2015 mocht uitgaan. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (in onder meer de uitspraak van 22 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1273), mag een bestuursorgaan, evenals de rechter, in beginsel uitgaan van de juistheid van een op ambtseed dan wel op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, tenzij tegenbewijs noopt tot afwijking van dit uitgangspunt. Uit het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van 28 maart 2015 volgt dat [appellant] bij zijn insluiting desgevraagd heeft verklaard: "Ik ben verslaafd aan harddrugs". De enkele stelling van [appellant] dat hij die verklaring uit boosheid heeft afgelegd en dat die verklaring sarcastisch was bedoeld, is onvoldoende om twijfel te wekken ten aanzien van de juistheid van het proces-verbaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/116d8d78e33e924ad40fe23ea67373b9f6f6dadfe835c1f972834f9daec55970. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 116d8d78e33e924ad40fe23ea67373b9f6f6dadfe835c1f972834f9daec55970, en de alinea staat in dat document op bytes 14053 tot 14920.