Citaat | Raad van State 22 maart 2017

Onder 7.2. Raad van State 22 maart 2017

Een alinea uit Raad van State 22 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:756.

Uit de mededeling en de daarbij behorende processen-verbaal van bevindingen van 28 maart 2015 en verhoor van 23 november 2014 volgt dat [appellant] tegenover de politie heeft verklaard dagelijks wiet te gebruiken in de weekenden coke te gebruiken en verslaafd te zijn aan harddrugs. Ook volgt hieruit dat [appellant] bij zijn aanhouding op 28 maart 2015 een gebruikershoeveelheid drogerende stoffen bij zich had, waarvan hij heeft verklaard dat die voor eigen gebruik zijn en dat bij zijn aanhouding op 23 november 2014 een zakje wiet, drie bolletjes crack en drie wikkels cocaïne zijn aangetroffen. Gelet op deze feiten en omstandigheden bezien in onderlinge samenhang mocht het CBR zich op het standpunt stellen dat [appellant] ernstig gestoord inzicht of gedrag, als bedoeld in bijlage 1, onder B, onderdeel II, onder b, van de Regeling, heeft vertoond op grond waarvan een vermoeden bestaat dat hij niet langer beschikt over de rijvaardigheid, dan wel over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van een of meer categorieën van motorrijtuigen waarvoor zijn rijbewijs is afgegeven. De omstandigheid dat [appellant] nooit is aangehouden wegens het rijden onder invloed van drogerende stoffen leidt niet tot een ander oordeel, nu dat voor het opleggen van een onderzoek naar de geschiktheid geen vereiste is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/116d8d78e33e924ad40fe23ea67373b9f6f6dadfe835c1f972834f9daec55970. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 116d8d78e33e924ad40fe23ea67373b9f6f6dadfe835c1f972834f9daec55970, en de alinea staat in dat document op bytes 16947 tot 18308.