Citaat | Raad van State 29 maart 2017
Alinea 35 Raad van State 29 maart 2017
Een alinea uit Raad van State 29 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:828.
10. In de tweede plaats betoogt [appellante] dat de door de rechtbank gegeven uitleg van artikel 9, eerste lid, van de Awir niet verenigbaar is met het Unierecht. [appellante] voert in dit verband aan dat in de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof van Justitie) is uitgemaakt dat er aanspraak op voorzieningen blijft bestaan lopende de procedures over het verblijfsrecht. Steun voor dit standpunt vindt zij in de arresten van het Hof van Justitie van 18 december 2014, Moussa Abdida, ECLI:EU:C:2014:2435, punt 57, en 24 juni 2015, H.T., ECLI:EU:C:2015:413, punt 98. Uit deze jurisprudentie leidt [appellante] af dat, nu eerst in 2015 is beslist op haar hoger beroepen inzake haar verblijfsrecht, zij over de berekeningsjaren 2013 en 2014 recht heeft op zorgtoeslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d393ff6db98777b278a5762184fb4bc241bfbcd782ea0ea43f98c4a97ed1bfe3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d393ff6db98777b278a5762184fb4bc241bfbcd782ea0ea43f98c4a97ed1bfe3, en de alinea staat in dat document op bytes 11328 tot 12153.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d393ff6db98777b278a5762184fb4bc241bfbcd782ea0ea43f98c4a97ed1bfe3 | shasum -a 256