Citaat | Raad van State 29 maart 2017

Alinea 50 Raad van State 29 maart 2017

Een alinea uit Raad van State 29 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:828.

14. Uit de door de IND aan de Belastingdienst/Toeslagen verstrekte gegevens blijkt dat [appellante] van 27 december 2012 tot 26 februari 2014 rechtmatig verblijf had overeenkomstig artikel 8, aanhef en onder h, van de Vw 2000. Zoals hiervoor in 13.1 is overwogen, betrof dit procedureel rechtmatig verblijf tot 21 oktober 2013 de periode hangende de beslissing op haar bezwaar tegen het besluit tot intrekking van de aan haar verleende verblijfsvergunning regulier. Tijdens deze periode heeft [appellante] een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier op grond van de Kinderpardonregeling ingediend. Nadat de staatssecretaris deze aanvraag had afgewezen, heeft zij daartegen bezwaar ingediend. Op 21 oktober 2013 was nog niet op dat bezwaar beslist, zodat [appellante] vervolgens nog procedureel rechtmatig verblijf had tot op 26 februari 2014 op dat bezwaar was beslist. De Afdeling is evenwel van oordeel dat [appellante] na 21 oktober 2013 niet op grond van het procedureel rechtmatig verblijf hangende het bezwaar tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning op grond van de Kinderpardonregeling aan artikel 9, eerste lid, van de Awir voortgezette aanspraak op zorgtoeslag kan ontlenen. Dit procedurele rechtmatig verblijf houdt immers geen verband met het rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, van de Vw 2000 waarmee de aanspraak op de zorgtoeslag is aangevangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d393ff6db98777b278a5762184fb4bc241bfbcd782ea0ea43f98c4a97ed1bfe3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d393ff6db98777b278a5762184fb4bc241bfbcd782ea0ea43f98c4a97ed1bfe3, en de alinea staat in dat document op bytes 19185 tot 20597.