Citaat | Raad van State 29 maart 2017

Alinea 51 Raad van State 29 maart 2017

Een alinea uit Raad van State 29 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:828.

15. Voor zover [appellante] erop wijst dat zij de rechtbank heeft verzocht te bepalen dat uitzetting achterwege dient te blijven totdat op haar tegen het besluit van 21 oktober 2013 ingestelde beroep is beslist, overweegt de Afdeling het volgende. In het besluit van 21 oktober 2013 heeft de staatsecretaris vermeld dat een eerste verzoek om voorlopige voorziening in het algemeen het vertrek opschort. Artikel 9, eerste lid, van de Awir ziet op aansluitend rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onderdeel g of h, van de Vw 2000. Van rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onderdeel g of h, is sprake als uitzetting bij of krachtens de Vw 2000 of op grond van een rechterlijke beslissing achterwege dient te blijven. De situatie die hier aan de orde is, waarin de vreemdeling in afwachting is van een beslissing op een beroepschrift in een reguliere procedure en ter voorkoming van uitzetting in die procedure een verzoek indient om een voorlopige voorziening te treffen terwijl de staatssecretaris te kennen heeft gegeven dat van uitzetting wordt afgezien, zolang nog niet op dat verzoek is beslist, valt daar niet onder.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d393ff6db98777b278a5762184fb4bc241bfbcd782ea0ea43f98c4a97ed1bfe3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d393ff6db98777b278a5762184fb4bc241bfbcd782ea0ea43f98c4a97ed1bfe3, en de alinea staat in dat document op bytes 20617 tot 21771.