Citaat | Raad van State 29 maart 2017

Alinea 36 Raad van State 29 maart 2017

Een alinea uit Raad van State 29 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:864.

4.3. Gezien het vorenstaande zijn het eerste en het tweede criterium (classificatie naar nationaal recht en de aard van de overtreding) niet doorslaggevend. Ook een combinatie van het tweede en het derde criterium lijkt in dit geval niet te volstaan om tot de conclusie te komen dat de intrekking van de standplaatsvergunning als criminal charge moet worden aangemerkt. Er bestaat voorts onvoldoende aanleiding om de intrekking van de marktvergunningen louter op basis van de zwaarte van de maatregel aan te merken als een punitieve sanctie waarop artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden betrekking heeft. In dit verband wijst de Afdeling erop dat het EHRM in andere dan rijbewijszaken geen punitief karakter heeft aangenomen louter op grond van de zwaarte van de maatregel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13d792e4910448e631d56f66cbbe9e786370d70319a39ae357b016a620ce7d59. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13d792e4910448e631d56f66cbbe9e786370d70319a39ae357b016a620ce7d59, en de alinea staat in dat document op bytes 14575 tot 15426.