Citaat | Raad van State 29 maart 2017
Alinea 146 Raad van State 29 maart 2017
Een alinea uit Raad van State 29 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:869.
4.3. In het nationaal bestuursprocesrecht is het wel mogelijk de voorzieningenrechter van de Afdeling te verzoeken een voorlopige voorziening te treffen hangende de bodemprocedure in hoger beroep. Dat geldt ook in het vreemdelingenrecht. Wil een vreemdeling voorkomen dat een voor hem negatieve uitspraak van de rechtbank over een negatief besluit over zijn verzoek om internationale bescherming gevolgen heeft, dan moet hij de voorzieningenrechter van de Afdeling verzoeken om bij voorlopige voorziening te bepalen dat hij niet mag worden uitgezet totdat op het ingestelde hoger beroep is beslist. In asielzaken zijn hieraan geen termijnen verbonden - afgezien van de termijn die geldt voor het instellen van hoger beroep. Als de staatssecretaris voornemens is een vreemdeling uit te zetten, is het bestaande rechtspraktijk dat hij dit die vreemdeling tijdig aankondigt, dat wil zeggen ten minste 48 uur van te voren (zie de uitspraak van de Afdeling van 26 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW0628). Dit is in de eerste plaats bedoeld om de vreemdeling de mogelijkheid te bieden bij de voorzieningenrechter van de Afdeling een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen, maar ook om de voorzieningenrechter vervolgens in staat te stellen het verzoek tijdig te kunnen beoordelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bed6d93ecb686b9a1c3ebf7355e121bf3abac0e705ede5b2b795528e589b0255. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bed6d93ecb686b9a1c3ebf7355e121bf3abac0e705ede5b2b795528e589b0255, en de alinea staat in dat document op bytes 29623 tot 30941.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bed6d93ecb686b9a1c3ebf7355e121bf3abac0e705ede5b2b795528e589b0255 | shasum -a 256