Citaat | Raad van State 29 maart 2017
Alinea 147 Raad van State 29 maart 2017
Een alinea uit Raad van State 29 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:869.
4.4. Het indienen van een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening heeft op zichzelf geen automatisch schorsende werking. Hoewel het bestaande praktijk is dat de staatssecretaris een vreemdeling niet uitzet voordat door de voorzieningenrechter van de Afdeling op diens verzoek is beslist, is de werking van een rechterlijke uitspraak in eerste aanleg pas daadwerkelijk opgeschort als de voorzieningenrechter van de Afdeling bepaalt dat die vreemdeling niet mag worden uitgezet. Dit kan pas na een individuele beoordeling van wat een vreemdeling heeft aangevoerd en ook slechts als een vreemdeling om die beoordeling verzoekt (zie de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 20 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3350). Met deze praktijk is derhalve geen automatisch schorsende werking verbonden aan het instellen van hoger beroep, dan wel aan het indienen van een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (zie overweging 3.4 in zaak nr. 201508668/1/A2).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bed6d93ecb686b9a1c3ebf7355e121bf3abac0e705ede5b2b795528e589b0255. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bed6d93ecb686b9a1c3ebf7355e121bf3abac0e705ede5b2b795528e589b0255, en de alinea staat in dat document op bytes 30961 tot 31973.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bed6d93ecb686b9a1c3ebf7355e121bf3abac0e705ede5b2b795528e589b0255 | shasum -a 256