Citaat | Raad van State 29 maart 2017
Alinea 155 Raad van State 29 maart 2017
Een alinea uit Raad van State 29 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:869.
6.1. Na het arrest A.M. tegen Nederland heeft de voorzieningenrechter in voormelde uitspraak van 20 december 2016 overwogen dat het, ook al heeft het EHRM voormeld oordeel over de artikelen 3 en 13 EVRM gegeven, vooralsnog de rechtsvormende taak van de Afdeling te buiten gaat om, in afwijking van de door de nationale wetgever gemaakte keuzes, aan het hoger beroep bij de Afdeling in asielzaken automatisch schorsende werking toe te kennen. Dat betekent dat het in eerste instantie aan de Nederlandse wetgever - en niet aan de bestuursrechter - is om te bepalen in welke gevallen en op welke wijze aan het instellen van hoger beroep bij de Afdeling in asielzaken schorsende werking wordt toegekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bed6d93ecb686b9a1c3ebf7355e121bf3abac0e705ede5b2b795528e589b0255. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bed6d93ecb686b9a1c3ebf7355e121bf3abac0e705ede5b2b795528e589b0255, en de alinea staat in dat document op bytes 35721 tot 36439.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bed6d93ecb686b9a1c3ebf7355e121bf3abac0e705ede5b2b795528e589b0255 | shasum -a 256