Citaat | Raad van State 29 maart 2017

Alinea 165 Raad van State 29 maart 2017

Een alinea uit Raad van State 29 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:869.

8.3. De voorzieningenrechter merkt echter op dat niet is uitgesloten dat de redenen om automatisch schorsende werking in eerste aanleg voor te schrijven voor zaken over internationale bescherming, of om daarvan af te zien, evenzeer en in gelijke mate gelden als een lidstaat ervoor kiest om tegen uitspraken in beroep het rechtsmiddel van hoger beroep open te stellen. Zolang immers niet op een hoger beroep is beslist, is een verzoek om internationale bescherming niet definitief afgewezen. Dit betekent dat, totdat de hogerberoepstermijn ongebruikt is verstreken, of op een ingesteld hoger beroep over een procedure over internationale bescherming is beslist, naar nationaal recht niet onherroepelijk vaststaat dat een vreemdeling bij terugkeer naar zijn land van herkomst geen gevaar loopt in de zin van artikel 4 van het Handvest. Het Hof van Justitie heeft zich echter nog niet uitgelaten over de vraag of, als een lidstaat voorziet in de mogelijkheid tot het instellen van hoger beroep, op dat rechtsmiddel dan ook de verplichting van schorsende werking van toepassing is. De rechtspraak van het Hof van Justitie over Richtlijn 2005/85/EG wijst op het tegendeel. Over Richtlijn 2013/32/EU, die op wezenlijke punten afwijkt van zijn voorganger, is nog geen rechtspraak beschikbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bed6d93ecb686b9a1c3ebf7355e121bf3abac0e705ede5b2b795528e589b0255. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bed6d93ecb686b9a1c3ebf7355e121bf3abac0e705ede5b2b795528e589b0255, en de alinea staat in dat document op bytes 43752 tot 45057.