Citaat | Raad van State 29 maart 2017

Alinea 177 Raad van State 29 maart 2017

Een alinea uit Raad van State 29 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:869.

9.4. Het Hof van Justitie heeft zich nog niet uitgelaten over de vraag of de artikelen 19, tweede lid, en 47 van het Handvest ook automatisch schorsende werking vereisen wanneer het nationale wettelijke systeem voorziet in een procedure van hoger beroep in zaken betreffende terugkeerbesluiten. De voorzieningenrechter wijst er in dit verband op dat, gelet op het absolute karakter van artikel 3 van het EVRM, de vereisten in verband met non-refoulement ook voor hoger beroep gelden in geval uitzetting een mogelijk ernstig risico op onmenselijke of vernederende behandeling inhoudt. Hoewel een procedure van hoger beroep niet is vereist, is niet op voorhand uit te sluiten dat ook aan een dergelijke procedure, als daarin is voorzien, automatisch schorsende werking moet worden toegekend. Daarbij is van belang dat in het Nederlandse asielrechtelijke hoger beroep een volledige beoordeling van voormeld risico plaatsvindt, dat wil zeggen dat het in hoger beroep verrichte onderzoek zowel vragen van feitelijke aard als rechtsvragen omvat. Er zij verder op gewezen dat het EHRM in het arrest A.M. heeft gewezen op de door het Hof van Justitie in het arrest Abdida genoemde rechtspraak over artikel 13 van het EVRM, dat mede aan artikel 47 van het Handvest ten grondslag ligt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bed6d93ecb686b9a1c3ebf7355e121bf3abac0e705ede5b2b795528e589b0255. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bed6d93ecb686b9a1c3ebf7355e121bf3abac0e705ede5b2b795528e589b0255, en de alinea staat in dat document op bytes 50150 tot 51444.