Citaat | Raad van State 18 januari 2017
Alinea 26 Raad van State 18 januari 2017
Een alinea uit Raad van State 18 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:87.
3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de raad het bezwaarschrift terecht en op juiste gronden met toepassing van artikel 6:15 van de Awb als beroepschrift naar de rechtbank heeft doorgezonden. Hij voert daartoe aan dat de raad het besluit van 6 augustus 2014 niet op de juiste wijze bekend heeft gemaakt. Ten onrechte heeft de raad het betreffende besluit alleen naar [advocaat] gestuurd en niet naar het kantoor van [appellant]. Het kantoor dient te worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende. De toevoeging is immers aangevraagd door [advocaat] toen zij nog in dienst was bij [advocatenkantoor A]. Vergoedingen en facturen zijn ook aan het kantoor betaald en niet aan [advocaat]. Nu het besluit van 6 augustus 2014 niet naar het kantoor is gestuurd, is [appellant] de mogelijkheid ontnomen om bezwaar te maken, zodat het bezwaarschrift ten onrechte als beroepschrift naar de rechtbank is doorgezonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/37c756cf20c434abb3af9c0f5c967771f2a326039f862309ce52398f9c213f0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 37c756cf20c434abb3af9c0f5c967771f2a326039f862309ce52398f9c213f0c, en de alinea staat in dat document op bytes 7894 tot 8853.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/37c756cf20c434abb3af9c0f5c967771f2a326039f862309ce52398f9c213f0c | shasum -a 256