Citaat | Raad van State 12 april 2017
Alinea 30 Raad van State 12 april 2017
Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:994.
5. [appellant] betoogt dat het college niet op de juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2015 en dat zijn beroep reeds daarom gegrond moet worden verklaard. Hij voert hiertoe aan dat het college geen nieuwe kenbare en gemotiveerde afweging van de belangen van de aanvragers heeft gemaakt. Volgens [appellant] had het college de omzet die de standplaatsvergunning voor beide gegadigden oplevert moeten meewegen, alsmede welk aandeel deze omzet in de totale omzet van de onderneming van gegadigden inneemt. Daarnaast had moeten worden meegewogen of alternatieve standplaatsen beschikbaar zijn op zaterdag, de periode dat [appellant] reeds standplaats heeft ingenomen, de consequenties van een intrekking en de mogelijkheid te verzoeken om schadevergoeding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab2b71e1d51edc1d8d1484d7a417cdd227973a276bc5c844100f796f7a0fe2b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab2b71e1d51edc1d8d1484d7a417cdd227973a276bc5c844100f796f7a0fe2b8, en de alinea staat in dat document op bytes 11613 tot 12433.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ab2b71e1d51edc1d8d1484d7a417cdd227973a276bc5c844100f796f7a0fe2b8 | shasum -a 256